Op 7 juni ging de deliberatie door van de wedstrijd. Voorzitter van de jury was Prof. dr. Dirk Van Damme , hij werd bijgestaan door Ariane De Croo, Niels De Temmerman, Jurgen Slembrouck, Myriam Cosyns, Mara Minnaert, Peter De Mezel, Ilka De Temmerman, Johan Van Caenegem, Koen De Pauw, John Devreker en Erik De Temmerman. Het jurysecretariaat bestond uit Cecile Vanhee en Geert Billooye.
Voorzitter van het Herman De Croo Centrum Prof. dr. André baron De Leenheer stond mee in voor het vlotte verloop van de deliberatie.
De jongeren gingen met het thema “Afstandsonderwijs, afstand van onderwijs” aan de slag, wat resulteerde in 26 verhandelingen en één videofilm.
Deelnemende scholen waren:
GO! Atheneum Denderleeuw (3 inzendingen)
GO! Atheneum Geraardsbergen (4 inzendingen)
GO! Atheneum Zottegem (5 inzendingen)
Instituut Sint-Vincentius a Paulo (2 inzendingen)
Onze-Lieve-Vrouwcollege Campus Bevegem (3 inzendingen)
Onze-Lieve-Vrouwcollege Campus Grotenberge (3 inzendingen)
Sint-Paulus Herzele (5 inzendingen)
Sint-Catharinacollege Geraardsbergen (1 inzending)
Laureaat filmpjes:
Iris Gijsbers en Borre Vandermeulen van
Instituut Sint-Vincentius a Paulo als eerste
laureaat
Laureate Schoolwedstrijden 2022: Marlieke Vandesande
“Achttien jaar oud en heb net mijn studies Latijn-moderne talen op het Koninklijk Atheneum te Zottegem afgerond. In mijn vrije tijd ben ik een echte “foodie”: ik hou van koken, foodfestivals bezoeken en nieuwe eetculturen ontdekken. Verder heb ik een grote passie voor beeldende kunst in al haar facetten en het creatieve proces achter mode”.
Na deliberatie kwam de jury tot volgend unaniem resultaat:
Marlieke Vandesande van GO! Atheneum Zottegem als eerste laureaat
Alexander Hus van GO! Atheneum Zottegem als tweede laureaat
Oscar Cuyvers van GO! Atheneum Geraardsbergen als derde laureaat
Emma D’Hont van Sint-Catharinacollege Geraardsbergen als vierde laureaat
Hanne Cousy van Instituut Sint-Vincentius a Paulo als vijfde laureaat
Prijzenpakket
Laureaat 1: diploma + € 250 + boekenpakket
Laureaat 2: diploma + € 200 + boekenpakket
Laureaat 3: diploma + € 150 + boekenpakket
Laureaat 4: diploma + € 100 + boekenpakket
Laureaat 5: diploma + € 100 + boekenpakket
Hybride onderwijs als toekomstmuziek?
De positieve aspecten van afstandsonderwijs “Het onderwijs maakt de zaak moeilijk”, zei Quintilianus, een Romeinse retoricus uit het eerste jaarhonderd na Christus (Citaten.net, s.d.). Vandaag, twintig eeuwen en (hopelijk bijna) een pandemie later, lijkt deze uitspraak nog steeds van toepassing. Naties wereldwijd werden de afgelopen drie jaren in een houdgreep geklemd door het vermaarde en welbekende coronavirus; een virus dat testen, quarantaine en een nieuwe allesoverheersende regelgeving met zich meebracht en op die manier een hele samenleving beïnvloedde en bepaalde. Dat was niet anders in Vlaanderen, bij uitbreiding België. Van de een op de andere dag veranderde er heel wat in onder meer de bedrijfswereld, de horeca en de zorgindustrie; alsook het onderwijssysteem onderging een digitale metamorfose met de intrede van het afstandsonderwijs. Deze introductie bleef niet onbesproken en -geschreven in zowel de politiek als media en liet maar al te vaak het onderwijsdebat oplaaien tot een verhitte discussie. De distantiëring van het rechtstreekse onderwijs leed aan enkele figuurlijke kinderziektes, wat niet te ontkennen valt, maar was zeker niet louter negatief. Het zogenaamde blended learning, een hybride onderwijsvorm waarbij men vlot schakelt tussen fysiek en online lesgeven – en dat eigenlijk al van toepassing was in het merendeel van de scholen en universiteiten de afgelopen jaren – biedt zeker ook opportuniteiten voor de toekomst van het onderwijs in Vlaanderen en België; maar wat zijn juist die positieve aspecten van afstandsonderwijs?
Een eerste argument dat de positieve rol van afstandsonderwijs in het onderwijslandschap uitdraagt, is dat online lesgeven leerlingen de mogelijkheid biedt om op een efficiënte en individuele wijze zelfstandigheid opbouwen; een vaardigheid die hen zeker ook in de toekomst van pas zal komen in zowel het hoger onderwijs als in het werkveld (Van De Pontseele, 2021). Dat leerlingen ook effectief die zelfredzaamheid en bereidwilligheid tot het maken van taken hebben tentoongespreid in de afgelopen perioden – en dat al vanaf het prille begin – bewijst een publicatie van de Vlaamse onderwijsinspectie uit 2020, enkele maanden na het uitbreken van de pandemie: maar liefst 95,6 procent van de ondervraagde leerlingen uit het secundair onderwijs gaf aan tijdens afstandsonderwijs de desgewenste opdrachten te hebben uitgevoerd. Een hoog cijfer dat evenredig is met het antwoordpercentage van hun ouders; eveneens gaf 95 procent aan dat hun kind de opdrachten wel degelijk voltooide (Vlaamse onderwijsinspectie, 2020). Daarnaast geven resultaten uit een onderzoek van de VUB aan dat de zelfstandigheid bij afstandsonderwijs motiverend kan werken bij leerlingen
(VUBPRESS, 2021).
Hoewel leerlingen aangaven de opgegeven taken te hebben voltooid, kan men toch een kritische kanttekening maken: in welke mate is hun autonomie flexibel? Ofschoon studenten de mogelijkheden leken te hebben om op zelfstandige basis hun studietijd te bepalen, kan een overdaad aan online lessen, taken en verdere opdrachten voor frustratie zorgen op vlak van hun autonomie, en wat dan? Is de kans dan niet groter dat zij zullen afhaken? Helemaal niet, vooral als leerlingen de kans krijgen inspraak te hebben over de lesinvulling van de dag(en) waarop ze online les zullen volgen (Motivationbarometer, 2020) of reeds in het lager onderwijs vertrouwd zijn gemaakt aan zelfstandig contractwerk (Van De Pontseele, 2021). Alsook kunnen platformen als Google Classroom, die over gedeelde bestanden en live-functies beschikken, de leraar een overzicht geven van zij die misschien extra begeleiding nodig hebben of dreigen af te haken. Op een zowel educatieve als emotionele problematiek kan de leraar dan veel sneller en efficiënter inspelen, vooral op fysieke lesmomenten (De Wilde, 2021). Omwille van die redenen is het dan ook belangrijk dat er een goed evenwicht ontstaat tussen beide om het welbevinden van studenten optimaal te houden; online onderwijs heeft alleen echt nut als er ook nog “klassiek” onderwijs plaatsvindt (Van De Pontseele, 2021).
Vorige alinea vloeit perfect over in het tweede argument van dit essay:
differentiatie kent veel meer mogelijkheden dankzij afstandsonderwijs. In het traditionele onderwijssysteem is het inderdaad mogelijk dat sterke leerlingen zwakke helpen de leerstof onder de knie te krijgen en van elkaar te leren (Frederix, 2020); een dreigend nadeel echter, is dat de sterke leerlingen de zwakkere overschaduwen waardoor de les voor die laatsten misschien te snel verloopt ofwel dat de zwakkere leerlingen de les remmen ten nadele van de sterke. De benadeelde partijen in beide casi kunnen hierdoor de motivatie verliezen. Gelukkig kan differentiatie dit verhinderen. Aan de hand van dit systeem krijgt elke leerling een uitdaging voorgeschoteld, waardoor ze ongeacht hun kennisniveau van de nieuwe of reeds gekende leerstof worden geprikkeld (De Wilde, 2020). Bovendien krijgt de leerkracht dankzij deze methode meer bewegingsvrijheid om zo goed als elke leerling individueel te ondersteunen en op maat te begeleiden (Van De Pontseele, 2021). Differentiatie hoeft in ieder geval niet ingewikkeld te zijn: na een korte instructie en een inleidende oefening bepalen zowel de studenten als de leerkrachten wie klaar is om zelfstandig verder te werken, wie extra lesmateriaal kan gebruiken, alsook zij die intensiever moeten worden bijgestaan. Online onderwijs kan hierbij een grote hulp zijn, zoals eerder aangehaald: resultaten van online oefeningen, kijkgedrag van instructiefilmpjes en dergelijke komen bij de leerkracht terecht die de vinger op de wond kan leggen, maar ook die wonde zo snel mogelijk kan helen (De Wilde, 2020). Ook hierbij valt een kritische noot te plaatsen: differentiatie biedt inderdaad enkele mooie voordelen, maar bestaat de kans niet dat men de zwakke leerlingen gaat stigmatiseren op basis van hun aangepaste leertraject (De Bruyne, 2012-2013)? Helaas is die kans niet onbestaande, maar stigmatisatie is niet expliciet gebonden aan (online) differentiatie; wanneer leerlingen fysiek in de klas aanwezig zijn en een leerlingbegeleid(st)er een enkele student op regelmatige basis uit de klasgroep pikt, ontstaat er dan ook geen stigmatisatie? Stigmatisatie die veel zichtbaarder is dan wanneer online? Indien leerlingen extra begeleiding nodig hebben rond een bepaald item, valt een bepaalde gêne of weerstand weg wanneer die ondersteuning plaatsvindt in een besloten online meeting; iets wat leerkrachten uit het werkveld ook al zelf hebben ondervonden.
Een verdere bewijsvoering dat dit tegenargument aanvecht, is dat dankzij differentiatie bijna elke leerling een individueel, en dus uniek, traject volgt; hierdoor is vergelijking met anderen quasi onmogelijk (Frederix, 2020). Een derde en laatste argument dat de positieve aspecten van afstandsonderwijs uiteenzet en dit essay vervolledigt, is het volgende: afstandsonderwijs, al dan niet in beperkte mate, laat studenten meer gefocust en geconcentreerd werken aan taken, projecten of diens voorbereiding (Frederix, 2020). Leraren uit het onderwijsveld geven mee dat leerlingen video- en/of tekstfragmenten thuis beter en grondiger doornemen dan in de klas, wat de kwaliteit van een daaropvolgend klasgesprek verbetert, alsook de verwerking van de leerstof (Van De Pontseele, 2021). In de klas immers is er de verleiding bij studenten om te praten met de anderen rondom hen, tevens trekken andere visuele prikkels de aandacht. Wanneer kinderen of jongeren thuis aan hun computer taken voorbereiden, verloopt dat vaak in opperste concentratie en volgens een welbepaald tempo (Frederix, 2020). Desalniettemin is ook hier een scherpzinnige blik nodig. Kinderen en jongeren kunnen dan wel goed gedijen in een prikkelarme omgeving, maar wat met het sociaal contact tussen studenten onderling en met hun leerkrachten? Maar liefst 85,3 procent van de ondervraagde leerlingen uit het secundair onderwijs gaf in bevragingen van de Vlaamse onderwijsinspectie in 2020 aan het contact met de medeleerlingen te missen; 35,5 procent vermeldde ook dat de interactie met de leerkrachten iets was waarnaar men uitkeek (Vlaamse onderwijsinspectie, 2020). Uiteraard kan niets op tegen het sociaal contact met leeftijdsgenoten en vertrouwenspersonen in een veilige context, iets wat bepaalde kinderen en jongeren alleen maar op school kennen. Daarom is het belangrijk hen te betrekken in de plannen, ideeën en eventuele uitvoering van één of meerdere dagen afstandsonderwijs; willen ze graag zelfstandig oefeningen voorbereiden, een online debat houden, verdere instructiemomenten bijwonen et cetera? Men moet hierbij wel in het achterhoofd houden dat elke klas anders functioneert; er is niet één model dat voor elke school, elk jaar of elke klas perfect past. Aanpassing en aftoetsing zijn vereist om het positieve effect van gedistantieerd onderwijs te behouden (De Wilde, 2021). Al deze motiveringen pro en contra kunnen we samen gieten in één conclusie. Afstandsonderwijs kan wel degelijk een positief gegeven zijn voor de toekomst: het bouwt een zekere mate van autonomie op (Van De Pontseele, 2021), kan differentiatie volledig laten ontplooien en tot zijn recht laten komen (De Wilde, 2020), bovendien kan een moment in een prikkelarme omgeving een meerwaarde betekenen voor de concentratie van leerlingen (Frederix, 2020). Maar het grootste en belangrijkste punt is dat afstandsonderwijs alleen maar nut heeft in combinatie met fysiek onderwijs, het zogenaamde blended learning. Alleen zo kunnen we ten volle de positieve facetten van gedistantieerd onderwijs benutten (Van De Pontseele, 2021).
Bronnen
Citaten.net. (s.d.). Citaten van Quintilianus.
Geraadpleegd op 16 februari 2022, van
https://citaten.net/zoeken/citaten_van-quintilianus.html.
De Bruyne, S. (2012-2013). Binnenklasdifferentiatie in Vlaanderen.
Geraadpleegd op 18 februari 2022, van
https://libstore.ugent.be/fulltxt/RUG01/002/063/039/RUG01-002063039_2013_0001_AC.pdf.
De Wilde, B. (2020). Differentiëren is geen luxeproduct.
Geraadpleegd op 26 januari 2022, van
https://www.klasse.be/226005/differentieren-klas-expert/.
De Wilde, B. (2021). Blended learning: hoe maak je van een noodgreep een blijver?.
Geraadpleegd op 26 januari 2022, van
https://www.klasse.be/223896/blended-learning-hoebenut-je-contactmomenten-het-best/.
Frederix, S. (2020). Zorgleraar Joëlle ziet voordelen van afstandsonderwijs.
Geraadpleegd op 18 februari 2022, van
https://www.klasse.be/225923/voordelen-afstandsonderwijs/.
Motivationbarometer. (2020). Studeren is de tijd van je leven! Ook tijdens corona?.
Geraadpleegd op 26 januari 2022, van
https://motivationbarometer.com/wp-content/
uploads/2021/05/RAPPORT-8.pdf.
Van De Pontseele, F. (2021). Zo bewaar je het beste van online
onderwijs. Geraadpleegd op 26 januari 2022, van https://
www.klasse.be/280699/bewaar-beste-van-digitaal-onderwijs-
na-corona/.
Vlaamse onderwijsinspectie. (2020). Data online bevragingen door de onderwijsinspectie – Ervaringen met afstandsonderwijs in 2020.
Geraadpleegd op 26 januari 2022, van
https://onderwijsinspectie.be/sites/default/files/atoms/files/VOI%202020%20Datablad%20online%20bevragingen%20KDL%20%28afstandsonderwijs%29.pdf.
VUBPRESS. (2021). VUB-onderzoek: leraren verrassend positief over potentieel van blended learning. Geraadpleegd op 18 februari 2022, van
https://press.vub.ac.be/
vub-onderzoek-leraren-verrassend-positief-over-potentieel-van-blended-learning#:~:text=Verschillende%20respondenten%20gaven%20aan%20dat,op%20maat%20
van%2 0de%20leerling.